Planttips

Algemene aanwijzingen voor het planten van bloembollen in de herfst

Voeding

Voeding
De bloembollen die u ontvangt zijn de grootst verkrijgbare maat en hebben zeker het eerste seizoen geen extra voeding nodig. Sterker nog, indien de bollen in goede, voedzame tuingrond worden geplant, hebben ze ook in de daarop volgende jaren nauwelijks extra (kunst-)mest nodig. In minder groeizame grond kan extra voeding nuttig zijn. De beste tijd daarvoor is wanneer het blad in de vroege lente doorbreekt of in de late herfst. Een kleine hoeveelheid oude organische mest of mestkorrels voldoet meestal. Deze bemesting komt met name ten goede aan de nieuw te vormen bollen in de grond. Meer specifieke instructies worden waar nodig bij de individuele bol groepen gegeven.

Na de bloei in de lente
Laat het blad van bloembollen altijd op natuurlijke wijze afsterven. Het is namelijk gedurende deze periode dat de plant het voedsel aanmaakt die het in staat stelt ook in het daarop volgende seizoen weer te kunnen bloeien.

Planttip allium

Allium
Plant ze in volle zon of lichte schaduw in elke goed doorlatende grond. Ze zijn ideaal voor de wilde tuin maar doen het ook goed in de gewone border waar ze het bloeiseizoen voor lentebloeiende bollen aanmerkelijk verlengen. Voor het beste resultaat zet men ze in groepjes van vijf of meer. De bollen kunnen jarenlang vast blijven staan. Pas wanneer ze te dicht opeen groeien, kunt u de bollen in de herfst scheuren en direct weer uitplanten.

Planttip Anemone blanda

Anemone blanda
Ze prefereren lichte schaduw maar tolereren zon. De madeliefachtige bloemen doen het goed onder loofbomen of tussen lage struiken en vaste planten. De knolletjes wortelen diep en het is een goed idee de grond tot een diepte van 20cm flink los te woelen. Extra voeding is meestal niet nodig maar een kleine hoeveelheid bladaarde, compost of oude mest om het andere jaar in de herfst komt de bloei ten goede. Laat voor het planten de knolletjes een nacht in water weken, dan komt de wortelgroei beter op gang. Plant 8cm diep, 10cm apart.

Planttip Camassia

Camassia
Gemakkelijke bollen, volledig winterhard en het best op hun plaats in niet al te droge grond in zon of lichte schaduw. Een vochtig, enigszins wild plekje aan de rand van een vijver of beek zou perfect zijn maar een gewone voedselrijke tuingrond voldoet ook. Laat de bollen met rust tot het moment dat ze te dicht op elkaar groeien. Graaf ze dan in de herfst uit om op te splitsen en weer opnieuw uit te planten. Extra voeding is meestal niet nodig, maar op arme grond kan in het najaar wat compost en oude mest worden gegeven. Plant 15cm diep, 20cm apart.

Planttip Chionodaxa (Sneeuwroem)

Chionodaxa (Sneeuwroem)
Waar de bolletjes met rust worden gelaten, verwilderen ze gemakkelijk door zich uit te zaaien. Ze gedijen het best in lichte schaduw en in een niet te droge, goed doorlatende grond rijk aan organisch materiaal. Sneeuwroem vraagt nauwelijks verzorging, maar een mengsel van bladaarde en oude mest in de herfst om het andere jaar zorgt voor meer en mooiere bloemen. Graaf bollen die te dicht op elkaar groeien in de herfst op en zet ze meteen weer uit. Plant 8cm diep, 8cm apart.

Planttip Krokus

Krokus
Plant de knollen in elke niet te arme, goed doorlatend grond in zon of lichte schaduw. Voor een vroege bloei, geeft u ze een zo beschermd en zonnig mogelijk plekje. Krokussen lenen zich prima voor randbeplanting, onder bomen en struiken, in potten, of voor verwildering in gras. Wanneer u de knollen in gras plant, dient deze plek bij de eerste maaibeurt te worden overgeslagen. Knollen die na verloop van tijd te dicht op elkaar groeien, kunnen in de herfst worden uitgraven, gesplitst, en opnieuw uitgezet. Plant 8cm diep, 8cm apart.

Planttip Eranthis

Eranthis (Winterakoniet)
De eerste gele bloemen in de lente vormen een perfecte bodembedekking onder bomen en struiken. Elke grondsoort, inclusief klei, voldoet zolang deze doorlatend is en gedurende de zomer niet te zeer uitdroogt. Winterakonieten vormen prachtige vroege lenteplaatjes in combinatie met Sneeuwklokjes. Extra voeding is meestal niet nodig, maar wat bladaarde, compost of oude mest in de herfst om het andere jaar zorgt voor meer en mooiere bloemen. Week de droge knolletjes een dag voor het planten in water, dan komt de wortelgroei beter op gang. Plant 5cm diep, 8cm apart.

Planttip Erythronium

Erythronium (Hondstand)
Weinig knollen slagen er beter in donker hoekjes in de tuin leuk op te laten lichten. Plant ze op elke schaduwrijke plek waar de grond niet te droog wordt. Ze zijn in hun element in een koele, enigszins leemachtige grond rijk aan organisch materiaal maar elke voedselrijke tuingrond voldoet meestal. De knollen houden ervan met rust te worden gelaten maar u doet ze een plezier door er in de herfst wat compost of droge bladeren over uit te spreiden. Plant 10cm diep, 12cm apart.

Planttip Fritillaria

Fritillaria meleagris (Kievitsbloem)
Plant ze in flinke groepen in grond die in de zomer niet snel uitdroogt. Ze verdragen zon maar verwilderen het best in kort gras en lichte schaduw. Vergeet niet het gras ongemoeid te laten totdat het blad is afgestorven in Juli. Extra voeding is nauwelijks nodig maar een laagje bladaarde of ander verteerd organisch materiaal in de herfst resulteert in betere bloei. Plant 8cm diep, 10cm apart.

Planttip Fritillaria imperialis

Fritillaria imperialis (Keizerskroon) Fritillaria persica
Deze grote, exotische bollen zijn volledig winterhard maar bereiken hun volle wasdom soms pas in het tweede jaar. Plant ze in voedingrijke, diep losgewerkte grond met de holle kant naar boven in volle zon of lichte schaduw. Ze gedijen het best in enigszins zware grond, op lichte grond is het raadzaam wat organisch materiaal door de grond te werken. De planten komen het best tot hun recht tegen de achtergrond van een muur of heg in groepjes van vijf of meer. Fritillaria kunnen wel wat extra voeding gebruiken en hebben baat bij wat oude mest of bladaarde in de herfst en een handje kunstmest als in het voorjaar de groei begint.
Plant 15cm diep, 25cm apart.

Planttip Galanthus

Galanthus (Sneeuwklokjes)
Vanwege hun extreem vroege bloei zijn sneeuwklokjes zeer geschikt voor het opvrolijken van saaie plekken in de late winter tuin. Ze prefereren vochtige, goed doorlatende grond en doen het goed onder bladverliezende bomen voor bescherming tegen de zomerzon. Het zijn de beste bolletjes voor die kleine, verloren hoekjes in de tuin: langs de heg, onder struiken of in de rotstuin. Woel de grond flink los want ze wortelen diep en hebben een hekel aan ondiep planten. Extra voeding is zelden nodig maar een beetje compost of oude mest in de herfst zorgt voor meer en betere bloemen. Plant 10cm diep, 8cm apart.

Planttip Hyacinten

Hyacinten
Ze hebben minstens een halve dag zon nodig, zowel voor de bloei als voor de rijping van het blad daarna. Een informele manier om Hyacinten te planten is ze in kleine groepjes her en der door de border te zetten. Ze bloeien daar samen met Narcissen en vroege Tulpen. Vergeet niet ook wat bollen in potten rond het huis te planten, u geniet van de kleuren en ze verspreiden een heerlijke geur. Het is ook mogelijk Hyacinten in strak geometrische patronen te planten in meer formele bedden. Plant de bollen beter niet in één enkele strakke lijn; voor het beste effect zet men ze in rijen van tenminste vier breed. Daar waar ze met rust worden gelaten, zullen de bollen een aantal jaren achtereen bloeien. In situaties waar echter grote, uniforme bloemen gewenst zijn, is het beter elke herfst met nieuwe bollen te beginnen. Plant 12cm diep, 12cm apart.

Planttip Hyacinthoides

Hyacinthoides (Boshyacinten)
Boshyacinten, de naam zegt het al, horen thuis in het bos en gedijen in de schaduw van loofbomen en grond rijk aan organisch materiaal. Ze prefereren een niet al te droge grond met een goede afwatering. Daar waar bomen niet al te dicht opeen staan, doen ze het zelfs goed tussen naaldbomen. Groepjes Boshyacinten vormen mooie plaatjes met varens en azalea`s. Spaanse Boshyacinten doen het overigens ook goed in de volle zon (Engelse boshyacinten zijn hier minder tolerant). Extra voeding is meestal niet nodig. Op voedselarme grond brengt men in de herfst compost of bladaarde aan. Wanneer de kluiten te dicht opeen groeien, kunnen ze in het najaar worden opgegraven, gesplitst, en onmiddellijk weer uitgezet. Plant 10cm diep, 12cm apart.

Planttip Leucojum

Leucojum
In het wild treft men Leucojum aan in vochtige weiden en langs de oevers van poelen en beken. Ze zijn om die reden een prima keuze voor situaties waar de afwatering minder goed is, zoals aan de rand van een vijver of sloot. De plant gedijt echter in elke goede tuingrond, in zon of in lichte schaduw, maar komt zelden tot zijn recht op droge plekken. Een laagje bladaarde of oude mest in de herfst zorgt voor meer en betere bloemen. Graaf en splits de bollen in de herfst op als ze te dicht opeen groeien en meer blad dan bloem geven. Plant 12cm diep, 15cm apart.

Planttip Muscari

Muscari (Blauwe Druifjes)
Ofschoon ze zon nodig hebben, gedijen Blauwe Druifjes op bijna elke niet te schaduwrijke plek en in vrijwel elke grond. Het opgraven, splitsen en weer terugplanten van bollen in de herfst is alleen nodig wanneer de kluiten te dicht opeen groeien. Samen met aprilbloeiende Tulpen creëren Muscari mooie lenteplaatjes maar ook met Narcissen vormen ze vaak prachtige combinaties. Maakt u zich geen zorgen wanneer het blad van Muscari al in de herfst, lang voor de bloemen dus, verschijnt. Plant 8cm diep, 10cm apart.

Planttip Narcissen

Narcissen
Om goed te bloeien hebben Narcissen minstens een halve dag zon nodig. Soms horen we dat Narcissen na enkele jaren niet meer bloeien. De oorzaak is vrijwel altijd ondiep planten, waardoor de wortels niet voldoende vocht kunnen opnemen. Een andere reden is verarmde grond. Het is om die reden een goed idee om gedurende het planten wat compost of oude mest door de grond te werken. Voor extra voeding kan vroeg in het voorjaar of vlak na de bloei een langzaam werkende mest in korrelvorm worden gegeven. Het loof van Narcissen blijft na de bloei nog wekenlang groen. Wanneer u wilt dat ze ook volgend jaar bloeien, mag het blad pas worden verwijderd als het is afgestorven. Bij het verwilderen van Narcissen plant men de bollen verder uit elkaar dan in de tuin. Dit laat vermeerdering toe. Plant ze in onregelmatige patronen voor een natuurlijk effect. Op die wijze kunnen Narcissen jaren achtereen bloeien. Narcissen doen het ook goed in potten en het zijn prima snijbloemen.
Plant grote bollen 15cm diep, 15cm apart.
Plant kleine bollen 10cm diep, 10cm apart.

Planttip Ornithogalum

Ornithogalum nutans (Knikkende Vogelmelk)
Nickender Milchstern wächst fast überall: im offenen Waldland, im Gebüsch, im Steingarten und in kurzem Gras, das jedoch bis zum Sommer nicht gemäht werden darf. Sie entfalten ihren Charme am besten, wenn sie zwischen Farntrieben blühen und bevorzugen eine durchlässige Erde, die organisches Material enthält, um im Sommer die Feuchtigkeit zu halten. Sie benötigen wenig Dünger, profitieren aber von einer Mischung aus verrottetem Mist und Lauberde im Herbst alle paar Jahre. Pflanzen Sie acht Zentimeter tief im Abstand von zehn Zentimetern.

Planttip Scilla

Scilla (Sterhyacint)
Sterhyacintjes voelen zich vrijwel overal thuis, in zon of lichte schaduw. Een vruchtbare, niet-uitdrogende, goed doorlatende grond is ideaal. De bollen lenen zich met name voor verwildering onder heggen, heesters, bomen, of voor verspreiding in de wilde tuin. Daarbij lijken blauwe Scilla`s wel gemaakt om gele en witte Narcissen gezelschap te houden. Ze vermeerderen zich gemakkelijk, zowel door vorming van nieuwe bolletjes als door zaad. Niet te veel verstoren dus, zo`n Scilla plekje. Ze hebben weinig voeding nodig maar een kleine hoeveelheid plantaarde of oude mest in de herfst zorgt voor meer bloemen. Plant 8cm diep, 8cm apart.

Planttip Tulpen

Tulpen
Ze gedijen het best in de volle zon maar tolereren lichte schaduw. Tulpen hebben een hekel aan natte voeten en vragen goed doorlatende grond. Plant tulpen nooit in een enkele lijn; voor een mooi resultaat plant men ze bij voorkeur in groepen van tenminste 15-20 bollen. Het zijn tevens uitstekende container planten en geweldig als snijbloem. Behandel Tulpen als eenjarige planten waar een perfecte show gewenst is. In minder formele situaties kan men de bollen in de grond laten zitten voor zo lang als ze bloeien. De bloemen zullen ongelijk in hoogte en grootte zijn maar ook dat heeft ook zo zijn charme. Breek de stelen onder de bloem af nadat ze zijn uitgebloeid. Hierdoor zal de plant al haar energie in de bolgroei stoppen in plaats van de zaadvorming. Verwijder het tulpenblad pas nadat het geel begint te kleuren.
Plant grote Tulpen 18cm diep, 12cm apart.
Plant wilde Tulpjes 12cm diep, 8cm apart.