Ons polderse land, aan het Noord-Zee strand​

Ons polderse land, aan het Noord-Zee strand​

Ons polderse land, aan het Noord-Zee strand​

Het lijkt mij leuk om u te vertellen waar Fluwel zich bevindt. Ik heb inmiddels zoveel nieuwsbrieflezers dat ik het vermoeden heb dat de meesten van u geen idee hebben waar wij vandaan komen.

Welnu, zoals de titel van deze nieuwsbrief al verklapt; dicht bij de kust. Tussen het Noord-Hollandse Alkmaar en Den Helder wel te verstaan.

Om bij ons te komen moet u langs het Noord-Hollands kanaal over de N9 van Alkmaar richting Den Helder. Nadat u Koedijk en Schoorldam bent gepasseerd en het kilometerpaaltje achtentachtigpuntacht ziet, ondergaat het landschap een metamorfose.

Lantaarnpalen maken plaats voor windmolens en een grote vlakte doemt voor u op. U bevindt zich daar waar het altijd waait. Rechts over het kanaal gekeken ziet u nog een paar wilgen hun best doen om overeind te blijven, maar naar links gekeken is het kilometers schaars met boerderijen bezaaid grasland met in de verte de dijk; de Hondsbossche en Pettemer zeewering. Een heerlijk gevoel van ruimte maakt zich van u meester.

De foto hierboven is vanaf de dijk genomen. Als u goed kijkt ziet u rechts op de horizon twee kleine witte streepjes; de Fluwel schuur. De Narcissen die u ziet heb ik een jaar of tien geleden een keer geplant met zoon Karel, ze staan er nog steeds.

Het was een spannend avontuur, eerst heb ik Karel, hij was nog klein, verteld dat het in Nederland allemaal zo’n vaart niet loopt als je een overtreding begaat. Natuurlijk krijg je een straf als je iets verkeerd doet maar dat is allemaal wel op te brengen. Maar o wee, o wee als je gaten in de dijk gaat spitten. Gaten spitten in een dijk is zo ongeveer wel het ergste wat je kan doen in Nederland want als het fout gaat loopt alles onder water. Wij kunnen wel zwemmen, maar onze geit verzuipt.

Dus Karel en ik op een donkere avond met schop en Narcissen stiekem de dijk op om deze Narcissen te planten. Spannend want niemand mocht ons zien, zelfs Sinterklaas niet. Bij iedere auto die langskwam lagen wij dan ook doodstil op de grond om te voorkomen dat we gesnapt werden.

Ik dwaal weer af, we reden over de N9 en slechts een paar minuten verder baant de weg zich in een bocht over een door schapen bevolkt dijkje bij Zijpersluis waar u in de verte mijn geboortedorp ziet liggen: Burgervlotbrug.

Dit dorpje heeft haar naam te danken aan het feit dat je, om in Burgerbrug te komen, over een brug moet die is gemaakt van twee vlotjes die uit elkaar worden geschoven als er een boot door het kanaal vaart.

U bevindt zich nu in de ruim 400 jaar oude polder Zijpe. Op een flauwe bocht na kunt u nu in een rechte streep 20 kilometer naar Den Helder rijden. Maar dat doen we niet, we gaan linksaf richting Petten.

Net voorbij de brug ziet u links de Fluwel schuur, als u op de rotonde linksaf gaat bent u op de Pettemerweg en na 500 meter weer rechts komt u op de Belkmerweg. U bent bij Fluwel aangekomen.

Wat de meeste mensen niet weten is dat de Pettemerweg de zuidelijke grens is van het grootste bloembollengebied ter wereld. Als je vanaf hier die 20 kilometer naar het noorden rijdt, richting Den Helder, ziet u alleen maar bloembollen. Bollen, bollen en nog eens bollen, met af en toe … een koe. Deze foto hierboven is vanaf de Fluwel molen richting Den Helder genomen.

U bent hier ook vlak aan zee, ze is nauwelijks een kilometer bij u vandaan. Deze zee heeft samen met de wind, beetje bij beetje het zand gebracht waar al die bloembollen op geteeld worden. Zoals u ziet gaat ze er nog altijd mee door. Mocht u trouwens uw auto uitstappen, houd uw deur goed vast want de kans is groot dat zij uit uw handen waait.

Op de foto hierboven ziet u ons huis met de Fluwel windmolen. Op het akkertje achter de molen onze bollen. Bovenaan de foto ziet u het kustplaatsje Petten. De groene strook rechtsboven zijn een paar bomen die ze het ‘Pettemerbos’ noemen. Ja, het is een bos maar je kunt er niet verdwalen, veel te klein.

Het zijn de eerste bomen die weer proberen te groeien aan het einde van de winderige dijk maar ze doen het nog niet echt goed, ze staan te pieren. Aan de oostkant van het bos staan een paar rechte bomen, maar aan de westkant van dit bos zien de bomen er zo uit:

Als mensen wel eens het idee hebben dat het bij ons wel meevalt met de wind laat ik ze deze foto zien … je hebt gelijk, het waait bij jullie.

Meer naar het noorden wordt de duinenrij wat dikker en wordt het ietsje minder met de wind, maar aan iedere alleenstaande boom in de kop van Noord-Holland kan je zien dat het waait. De bomen staan, van jongs af aan gegeseld door de westenwind, als kromme oude mannetjes naar het oosten gebogen.

Maar genoeg over de wind, want verder is het hier prachtig. Het is hier rustig, de haast is uit het leven, er wordt hard gewerkt maar er is tijd voor een praatje.

De bus rijdt hier altijd op tijd want files zijn hier niet en in de zomer wordt er veel Duits gesproken. Op dagtripafstand van het Ruhrgebied komen veel toeristen voor een dagje of langer rust … naar de kust. En het is hier plat, voor ons is dat heel gewoon maar inmiddels ben ik erachter dat ook dit platte voor veel mensen heel bijzonder is. Het is hier dan ook echt plat, op de duinen na, zo ver je kunt kijken zo plat als een dubbeltje.

Een jaar of wat geleden is de duinenrij versterkt, er is zelfs een duinenrij achter de dijk aangelegd. Petten was in het nieuws, de Delta werken werden er op volle sterkte gemaakt.

Er werd gevochten tegen de zee met man en macht werd er jarenlang zand vanuit zee tegen de dijk opgespoten … zowaar, er was wat te zien in Petten. Er kwamen zelfs dagjesmensen om het gevecht tegen het water te aanschouwen.

Op deze foto ziet u wat er is gedaan, de lichtgroene kromming is de oude Hondsbossche zeewering. Rechts ervan de enorme duinenrij die er tegenaan is geknuffeld.

Maar verder is het rustig hier, heerlijk rustig.

De dichtstbijzijnde stad is het idyllische Schagen. De twee kerktorens die u links van de middelste windmolen ziet is Schagen. Het is maar een gewoon stadje met een kerk waaromheen gezellige kroegjes en goede restaurants elkaar verdringen. Daaromheen wat winkeltjes en heel veel tevreden mensen die elkaar nog gedag zeggen.

Maar het mooiste van het stadje Schagen is toch wel die gigantische voorjaarstuin die ieder jaar weer tussen de duinen en Schagen tot bloei komt. Vele inwoners van deze streek zien het als doodgewoon dat de bollen weer bloeien maar ik heb ieder jaar wel een paar keer het genoegen met iemand op stap te mogen die het nog nooit gezien heeft; de Noord-Hollandse bollenvelden in volle bloei. Echt, ik heb brokken in kelen gehoord en tranen zien biggelen. Voor iemand die het nog nooit heeft gezien kan het waarlijk overweldigend zijn.

Verder is er natuurlijk ook nog een dijk aan de oostkant van de Zijper polder. Ook mooi en ook plat maar het is er anders dan bij ons. De grondsoort is daar klei, de wegen kronkelen en is veel kool en piepers en koeien en wortels. De mensen die daar wonen noemen wij ‘Achterdijkers’. Omdat ze achter de dijk wonen, begrijpt u wel. Het leuke is dat zij ons ook Achterdijkers noemen, maar dat kan helemaal niet want zij zijn Achterdijkers.

Dit is in een notendop ongeveer hoe het er bij ons uitziet. Als u van rust en ruimte houdt, kom gerust eens kijken.


Groeten uit de Bloembollenvelden,

Carlos van der Veek