Hoe zit het met gif in de bloembollen?

Hoe zit het met gif in de bloembollen?

Hoe zit het met gif in de bloembollen?

Zo af en toe krijg ik de vraag hoe het zit met het gebruik van gifstoffen bij de teelt van bloembollen en of deze ook zijn toegepast op de bloembollen die te koop zijn in de Fluwel webwinkel.

Ik kan hier maar 1 antwoord op geven: Ja, er worden chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt bij de teelt van bloembollen. Ook bij de bloembollen die u bij ons kunt kopen.

Graag wil ik hierover het een en ander uitleggen. Maar niet met de intentie om alles goed te praten, integendeel. Naar mijn mening is een kritische blik en een gefronste wenkbrauw van de consument van groot belang voor de verbetering van de land en tuinbouw. Echter een beschuldigende vinger naar de bloembollenkwekers is wat kort door de bocht. Bij de teelt van bloembollen worden er immers geen middelen gebruikt die niet ook zijn toegestaan bij de vollegronds groente en de akkerbouw. Het is zelf zo dat er vanuit de chemische industrie totaal geen onderzoek is naar middelen voor de bloembollenteelt. Wereldwijd is de teelt van bloembollen zo klein dat het voor de chemiebedrijven niet loont om speciaal voor de bloembollenteelt middelen te ontwikkelen. De focus ligt bij de chemiebedrijven op gewassen als aardappels, graan, soja, mais, kool, wortels en allerhande andere akkerbouwgewassen die wereldwijd op grote schaal worden geteeld.

Hoe komt de bloembollenteelt dan aan haar middelen zult u zich afvragen. Ze vragen toestemming van de overheid om bepaalde middelen te gebruiken die toegelaten zijn in de land en tuinbouw. En die toelating van middelen is niet eens zo eenvoudig. Doordat het zwaartepunt van de bloembollenteelt op de Nederlandse zandgronden is zijn de eisen in de meeste gevallen nog strenger dan bijvoorbeeld voor een aardappel of een ui in de akkerbouw. De zandgronden zijn er los van structuur waardoor middelen veel gemakkelijk uitspoelen en in het grondwater terecht komen dan bijvoorbeeld op klei en zavelgronden. Een groot deel van de zandgronden dient ook als waterwingebied dus u zult begrijpen dat onze overheid niet eenvoudig middelen zal toelaten waar risico’s aan hangen.

Dat er de laatste 10 jaar geen enkele toelating van een nieuw chemisch middel is geweest toont aan hoe streng de eisen van de overheid vandaag de dag zijn.

Dit strenge gedrag van de overheid is mede te danken aan u als kritische consument en dat is voor zowel de overheid als de consument lovenswaardig.

Maar toch ook een klein puntje van kritiek richting de verschillende overheden. De eisen die vandaag de dag worden gesteld aan de producten van de agrarische sector komen niet altijd overeen met het hedendaagse milieubewust en duurzaam denken. Waar het gaat om virussen, schimmels of andere belagers in de verschillen land en tuinbouwproducten wordt dikwijls de 0 tolerantie gehanteerd. Dat wil zeggen dat als er meer dan 0% (ja, er staat echt nul) aantasting is van een bepaalde ziekte of infectie in een partij bollen, aardappelen of ander agrarisch product de desbetreffende partij niet meer in aanmerking komt voor export naar bepaalde landen, en dus een stuk minder waarde heeft.

Als deze ridicule 0 tolerantie maar een stukje soepeler zou zijn zou dat al veel chemische middelen schelen. De kweker moet nu het zekere voor het onzekere nemen als hij zijn opbrengst heeft verkocht voor export. Hij zal nooit denken; de luizendruk of ziektedruk is niet zo groot deze week dus ik sla het spuiten een weekje over, hij kan het risico op een minuscule infectie gewoon niet lopen. Want als hij maar een zieke plant heeft op een akker van miljoenen planten is hij de Sjaak.

Op dit gebied ligt zeker een kans voor de overheid om ook hier het middelen gebruik wat terug te dringen.

Maar verder niets dan lof over de overheid, ze stellen duidelijke regels en de straffen voor milieudelicten liegen er, terecht, niet om.  

Ook zijn er nog een hele reeks met certificaten waar afnemers om vragen. Planet Proof, MPS en Global Gab zijn er een paar voorbeelden. Sommige afnemers vragen om aan de leverancier of ze zijn gecertificeerd met een dergelijk certificaat om aan te kunnen tonen dat zowel zij als hun leveranciers bewust met het milieu bezig zijn. En dat zijn ze ook, maar ze zijn niet milieubewuster dan bedrijven die geen certificaat hebben en binnen de regels van onze overheid opereren. Het verschil is dat gecertificeerde bedrijven jaarrond moeten registreren welke middelen er wanneer en in welke gewassen zijn gebruikt. Verder hebben zij de beschikking over nagenoeg dezelfde gewasbeschermingsmiddelen als een niet gecertificeerd bedrijf.

Tot slot zou ik willen zeggen dat het mede door de kritische houding van de consument de goede kant op gaat wat betreft het gebruik van chemische middelen. Natuurlijk blijven er punten die verbeterd kunnen worden, maar de cultuuromslag die er de laatste 25 jaar heeft plaatsgevonden is een enorme stap in de goede richting. Maar, ik vermoed dat de verbetering in de duurzaamheid en het terugdringen van het middelen gebruik in de toekomst voornamelijk uit de agrarische sector zelf zal komen. Naar mijn mening zijn de hedendaagse agrariërs die dagelijks met en in de natuur werken nog veel meer met duurzaamheid bezig en milieubewuster dan de meeste consumenten. Zonder verplichtingen en regels is het middelengebruik de laatste jaren met 10 % afgenomen terwijl het totaal areaal bloembollen met meer dan 10 % steeg. Daar waar mogelijk passen ze biologische middelen toe of ze wisselen biologisch af met chemisch zonder dat ze daar van overheidswege om wordt gevraagd.

Mede door de kritische blik van de consument is er een stukje bewustwording ontstaan bij de huidige generatie bloembollenkwekers waar ze in mijn ogen waardering voor verdienen.

Met vriendelijke groeten,

Carlos van der Veek