De Pyreneeën

De Pyreneeën

De Pyreneeën

De Pyreneeën

Nogmaals ga ik proberen u het mooie verhaal te vertellen van mijn expeditie naar de Pyreneeën met een aantal goede Narcissen vrienden.

Maar eerst wil u even waarschuwen voor een paar grote gevaren die er bij u, als bloembollenliefhebber, dreigen in de tuin. 
Als eerste het Leliehaantje. Voordat ik naar Spanje ging was ik blij verrast dat de Lelies in de Potten achter mijn huis zo weinig last hadden van het Leliehaantje dit voorjaar. Hoe anders was dat bij thuiskomst, ik zag het overal, beginnend gepeuzel van dat akelige beestje. 

Gelukkig was ik nog tijd, er was nog niet veel blad weggeknabbeld maar ze waren er wel. Door de jaren heen heb ik een getraind oog ontwikkeld wat snel de eerste signalen van het v bespeurd. 

Omdat ik denk dat het voor u belangrijk is om te weten hier even een spoedcursus Leliehaantje voor beginners. 


Het eerste, en meest duidelijke signaal zijn die rode kevertjes die je zo hier en daar op de Lelieplanten tegenkomt. Ze zitten vaak niet alleen op de lelies, ze zitten dikwijls ook nog eens op elkaar. Daar ik de leeftijd van mijn nieuwsbrieflezers niet helemaal precies in het vizier heb zal ik niet gedetailleerd gaan uitleggen wat ze dan precies aan het doen zijn, laten we maar zeggen dat ze elkaar een knuffeltje geven.

Deze, eigenlijk best wel mooie kevertjes zijn overigens niet de boosdoeners, zij vreten uw Lelies niet kaal. Ja, ze knagen hier en daar wel een gaatje in een blad van een Lelie maar ze vreten niet de hele bladeren weg. 

Als u deze kevertjes op uw Lelies ziet zitten is het tijd om op uw qui-vive te zijn. Van al dat geknuffel komen er eieren en uit die eieren komen de boosdoeners; de larven of rupsjes van het Leliehaantje. 
Deze eieren zijn nauwelijks te vinden, ze zitten altijd aan de onderkant van een blad en zijn zichtbaar als klein streepje. Als ze net zijn gelegd zijn ze mooi rood van kleur maar al snel kleuren ze zwart. Voor de lezers onder ons die nu met de leesbril op zitten te lezen zal het een hels karwei zijn om deze eieren te vinden. Maar ik ga wel altijd even door de knieën om te speuren of ik aan de onderkant van het blad dergelijke streepjes kan zien. Zo ja, veeg ik ze eraf met mijn duim.

Het volgende beeld van de aantasting is het verschijnen van glazige plekken op het blad. Hier op de foto een paar eieren en een paar net uit het ei gekomen rupsjes die het eerste laagje van het blad beginnen weg te eten. Dit is de onderkant van het blad, van bovenaf ziet u alleen maar een paar glazige plekken op het blad waar het bladgroen ontbreekt.

Vervolgens worden de rupsjes groter en gaan ze naar het uiteinde van het blad. Hier beginnen ze gulzig aan het blad te vreten en het opgegeten blad wordt uiteraard weer uitgepoept en vervolgens, gatverdebah, als een warme deken over hun lichaam geplaatst, vies hè.  
Op de foto ziet u de zwarte kopjes van de rupsjes bij de bladrand het blad wegknagen. En dit, lieve nieuwsbrieflezers zijn de echte boosdoeners. Dit zijn de wezens die u Lelies, als u er geen acht op slaat, grote schade toe kunnen brengen. 

Als de rupsjes volgroeid zijn vallen ze van de plant af en gaan ze verpoppen tot het Leliehaantje om vervolgens weer eieren bij elkaar te gaan knuffelen.

Dus dames, stuur uw man naar buiten en zeg hem de Lelies in uw tuin goed te controleren op dergelijke zwarte strontklontjes en zeg ze dat ze deze eraf moeten halen. U mag het natuurlijk ook zelf doen maar, ook al is het maar tot moes gemaakt Lelieblad, het voelt best wel vies aan. Heerlijk als uw man het doet toch. En voor de dames die met dames wonen, zoals Petra, vraag maar of Monic het even wil doen. 

Maar zonder gekheid, mocht u Leliehaantjes zien, of de larven ontdekken, door ze regelmatig te verwijderen, kunt u prima van Lelies genieten in uw tuin. Het is een klusje van niks en laat u door Het Leliehaantje niet ontmoedigen te genieten van deze prachtige bloembol.
Het andere grote gevaar in uw tuin is de Slak. 

Dit voorjaar hebben we al een aantal meldingen gekregen van slakken in de Narcissen, ja dit is een Narcis op de foto. Deze horror afbeelding is gemakt in de tuin van Nelleke in Den Haag. Ook al is slakkenvraat niet leuk, in het voorjaar vind ik het altijd nog wel meevallen. Je ziet hier en daar wat vreterij maar, een uitzondering daargelaten, komen de meeste voorjaarsbloemen goed tot hun recht. 

Hoe anders kan dat zijn met de Dahlia’s. Op het moment dat de Dahlia’s gaan groeien is de slakken populatie op volledige sterkte en een ontluikende Dahlia werkt als een magneet op een slak. 

Zorg dat u van het begin af aan de slakken goed achter de broek aanzit want het zou zonde zijn als niet alle Dahlia’s het daglicht kunnen zien omdat ze iedere nacht opgepeuzeld worden door de slak. 

Het ergste is de naaktslak, u weet wel, dat akelige beest dat, volledig terecht overigens, door de familie escargot uit huis is gezet. Zij is helemaal verzot op de Dahlia.

De snelcursus slak kan ik u niet geven, er zijn tientallen manieren te vinden op internet om de strijd aan te gaan tegen de slak. Knoflook, eierschalen, munt, schelpen, biervallen, kippen, paneermeel, slakkenkorrels, ook als is het inmiddels donker toch maar weer uw man naar buiten, ik heb echt geen idee wat het beste werkt. Ga de strijd aan met de slak want we hebben verleden veel klachten gekregen dat de Dahlia’s niet opkwamen en dat bleek bij nader onderzoek bijna altijd de slak geweest die iedere nacht een rondje maakte en de net boven de grond komende spruiten verorberde. Het zou zonde zijn als dat met uw Dahlia’s ook gebeurd.

Zit ik alweer aan de duizend woorden en is het weer niet gelukt over Spanje te vertellen. Volgende week, beloofd.

Met vriendelijke groeten,

Carlos van der Veek